Bodycount

We gingen over lijken.

Ondertussen bijna vier maanden geleden kreeg ik Bodycount voor het eerst in handen. De vriendelijke mensen van Codemasters hielden hun alles behalve geforceerd en erg enthousiast verkooppraatje tijdens het gesprek op de voorbije E3. Ik kreeg een Xbox controller in mijn handen gestopt en mocht met persoonlijke begeleiding twee verschillende levels spelen.

Na enkele minuten zat ik daar met het schaamrood op mijn wangen te sukkelen met de besturing. Het was net alsof ik de aller eerste keer een shooter speelde en door de zenuwen om te presteren maakte ik het allemaal nog erger. Als die-hard PS3- en Wii-gamer, had ik nog maar bitter weinig ervaring met de controller van de Xbox, … dacht ik. Nu ik het volledige spel op de PS3 heb doorgenomen denk ik er nu net iets anders over. Het lag aan mij.

Bodycount werd - zoals ik in mijn preview reeds vermeldde - aangekondigd als het vervolg op de past-gen topper Black. Helaas is na een reeks management-, productie- en andere interne wissels van het originele team nog maar weinig overgebleven. En niet alleen het team moest inboeten, ook de inspiratie bleek alle kanten te zijn opgeschoten. Waar ik destijds vermeldde dat ik hoopte op een verfrissende shooter die nieuwe ideeŽn zou lanceren in het game-universum, moeten we nu uiteindelijk melden dat het een doorslagje is geworden.

Waar ik Codemasters wel krediet voor geef, is hun durf om in het haast vastgeroeste genre van shootergames nieuwe elementen te introduceren. Om eens uit te testen of het op een andere manier en met andere impulsen ook kan lukken. Het arcadegevoel, het andere sfeertje, het feit dat je tussen twee oorlogen bent terecht gekomen waarin jij eigenlijk maar bijzaak bent, ... het zijn allemaal goede pogingen om zaken te veranderen. Helaas draaien de meeste van die goede intenties negatief uit.

De bedoelingen waren goed, maar aan elk ideetje schort wel iets. Neem nu het leuke sfeertje. Het kleurenpalet op zich zit wel goed en de felle kleuren geven een nieuwere look aan een shooter, maar echt origineel kan het niet genoemd worden. Ook BioShock en Bulletstorm gaan namelijk meer die richting uit. Jammer is dat de twee genoemde games er wel gevarieerdere levels en scherpere graphics op nahouden. Over het algemeen blijf ik erbij dat een goed spel een goed spel blijft ondanks een mindere visuele presentatie, maar hier hebben ze toch wel een halve generatie gemist.

We ontdekken hoe Bodycount in de praktijk speelt.

Om dan nog maar te zwijgen van de oersaaie, repetitieve en haast inspiratieloze levels. Je komt terecht in sloppenwijken in Afrika, bezoekt een stukje AziŽ en dan is er nog het geheime labo dat ingepalmd moet worden. Wat ik dan weer wel een pluspunt vind, is de openheid van de levels. Je mag gaan en staan waar je wil. Je kiest zelf hoe je je doel wil bereiken: links, rechts, boven of onder, de keuze is aan jou. Alleen is het natuurlijk wat dom om de pijl die je volgende target aanwijst te negeren en een tegengestelde richting uit te lopen. Een echte man gaat altijd recht op zijn doel af. Wat dan ook het verdere nut van die openheid weer teniet doet.

Ook het arcadegevoel kon op zich een leuke nieuwe insteek zijn, maar ook hier was Bulletstorm de ontwikkelaars te vroeg af. Je kunt door middel van skillshots je multiplier de hoogte in helpen. Hoe hoger dat getal, hoe eerder je punten verdient en hoe hoger je in de Bodycount-tabel staat. Op zich niet echt een beloning. Maar ook de skillshots getuigen van weinig originaliteit. Vijanden door het hoofd schieten, vijanden opblazen met een granaat, vijanden achter hun bescherming neerknallen, … it has been done many times before. Je hoeft enkel maar te kijken naar - ja, alweer - Bulletstorm en je weet hoeveel originele manieren er kunnen bestaan om mensen om te leggen.

Reacties

Sorry! De reacties op dit artikel zijn gesloten.