Als je op een link klikt en een aankoop doet, krijgen we mogelijks een kleine commissie. Lees ons redactiebeleid.

Saints Row review - Een brave terugkeer naar de roots

De heilige huisjes blijven staan.
De setting en het scenario van de Saints Row reboot zijn een zaligverklaring waard, maar de gameplay schopt te weinig tegen heilige huisjes.

De Saints Row review van Carl kijkt of deze reboot met succes terugkeert naar de roots.

Ontwikkelaar Volition voelde het zelf ook aan: de Saints Row-reeks kon niet verder over the top gaan. De Saints-gangsterbende nam het op tegen aliens en vocht zelfs een robbertje in de hel. Na een welverdiende pauze van enkele jaren keert de reeks daarom terug naar zijn ‘roots’. Je probeert een crimineel imperium op te bouwen - zonder superkrachten, maar wel met een uitgebreid arsenaal aan wapens en voertuigen.

Laat er geen twijfel over bestaan: deze nieuwe Saints Row gaat dus voor een ‘realistischere’ aanpak, maar behoudt toch zijn gezonde gevoel voor absurditeit. Elke missie resulteert nog steeds in dozijnen ontploffende voertuigen en gebouwen; je gebruikt onschuldige voetgangers om jezelf in de lucht te katapulteren voor je ‘wingsuit’; en de aanpasbaarheid van je personage is heerlijk waanzinnig (daarover later meer). De humor is echter beduidend matuurder dan vroeger, vooral wat betreft het scenario. Jouw hoofdpersonage en je vriendengroep wisselen dialogen uit die sprankelen dankzij gevatte oneliners en een scherp randje maatschappijkritiek. De humor blijft daardoor nog steeds wat anarchistisch, maar is veel sympathieker en minder goedkoop. Het is een heuse prestatie voor een reeks met een dergelijke reputatie.

Ook op vlak van setting maakt de Saints Row reboot stappen vooruit. Santo Ileso is veruit de meest memorabele locatie die de reeks ooit heeft gehad. De stad is een mash-up van Austin (Texas), Albuquerque (New Mexico) en Las Vegas. Er lijkt op elke straathoek wel iets te zien: een gigantische cupcake die al dan niet op een drol lijkt; een parkje met schilderachtig uitzicht op het water en de bergen in de verte; schattige standbeelden van armadillo’s… Het is een flinke stap vooruit vergeleken met de grijze industriële steden van weleer. Verlaat je de stad, dan lijkt de natuur op Arizona en Utah, met indrukwekkende mesa’s en kilometerslange uitzichten. Daardoor onderscheidt Saints Row zich dan net weer van andere openwereldgames, die niet vaak naar het zuidwesten van de VS trekken. ‘Keep it strange, Santo’ is het perfecte credo voor deze eigenzinnige en memorabele setting.

Verregaande aanpasbaarheid is al lang één van de sleutelelementen van de reeks en deze reboot trekt dat door naar het extreme. De ‘character creator’ laat je zo goed als álles aanpassen. Wil je een man zonder tepels maar met gigantische borsten, overal lichaamshaar en felrode wenkbrauwen? Wil je een gouden huid met schaafwonden, een hanenkam en een linkeroog dat dieper valt dan je rechter? De mogelijkheden lijken schier eindeloos. Ook je wapens zijn aanpasbaar. Je verandert hun kleurpatronen, hun graad van ‘glossy’ of ‘metallic’, of je plakt er stickers op. Wapens vallen ook te upgraden, en ze ontgrendelen speciale vaardigheden als je aan bepaalde voorwaarden voldoet. Tot slot is je hoofdkwartier een leeg canvas. Je kiest zelf welke objecten je in deze oude kerk plaatst (van reuzenkonijnen tot het Route 66-logo), de kledij van je bendeleden, welke auto’s ze gebruiken, en meer. Alles kan, niets moet.

Tot zover goed nieuws, maar toch kampt Saints Row met belangrijke problemen. Het allergrootste euvel is dat deze reboot qua gameplay té braaf de formule blijft volgen die Grand Theft Auto 3 twintig jaar geleden vestigde. Je rijdt nog steeds naar opdrachtgevers, bekijkt een filmpje, gaat naar een locatie, en daar dood je een groot aantal bendeleden. Saints Row doet weliswaar zijn best om je ogenschijnlijk interessante scenario’s voor te schotelen. Een missie waarin je een fabriek opblaast is hyperspectaculair. Een andere missie vormt dan weer een pastiche op RPG-games zoals Fallout en Wasteland. Toch merk je na een tijdje dat je op automatische piloot speelt omdat de basisopzet van gangstergames ‘ad nauseam’ wordt herhaald - hoe creatief de omkadering ook moge wezen. Saints Row is dan wel oneerbiedig in toon, maar qua gameplay wordt er niet tegen heilige huisjes getrapt.

Het helpt bovendien niet dat de ‘gunplay’ nooit volledig klikt. Saints Row werkt met een mix tussen automatisch en manueel richten dat echter erg stijf aanvoelt. Dat maak je eventueel vloeiender door de ‘dead zone’ te verminderen (die standaard veel te hoog staat), maar zelfs al mik je op doel, dan nog missen je schoten precisie door het wispelturige richtkruis. Het wordt al helemaal dramatisch in combinatie met de vijanden, die enorme kogelsponzen zijn én bovendien in groten getale elk vuurgevecht bevolken. Vuurgevechten beleef je daardoor als onhandige en te lang aanslepende karweitjes in plaats van spannende confrontaties.

Rondrijden met wagens (die andere pilaar van openwereldgangstergames) zit dan weer wél heel goed in Saints Row. De voertuigen hebben een heerlijk strakke arcadeachtige feel, waardoor je Burnout-gewijs secondenlang kunt driften. Je kunt ze trouwens zijdelings doen rammen (‘sideswipe’) om tegenstrevers van je af te schudden. Tot slot hebben ze speciale Skills die heerlijk onrealistisch zijn. Zo kan jouw standaardvoertuig een sprong maken. Het houdt geen steek, maar enorm vermakelijk is het wel. De wagens zijn ruim aanpasbaar, met opties voor velgen, neonverlichting en ‘decals’, evenals opties die een invloed hebben op de gameplay. Wil je een magneet achter je auto hangen, of schietstoelen om snel naar je ‘wingsuit’ over te schakelen? Zo eentonig als het schieten wordt, zo vermakelijk blijft het rondrijden.

Saints Row vormt uiteindelijk een brave terugkeer voor de rebelse reeks. Humor vormt niet het probleem. Het schrijfwerk heeft een serieuze ‘upgrade’ gekregen, met memorabele personages en gevatte dialogen. Ook de setting is een voltreffer: de sterke sfeer en gevarieerde wijken in Santo Ileso getuigen van veel passie en oog voor detail. De gameplay weet echter niet te verrassen waardoor je na een tijdje op automatische piloot speelt. Vuurgevechten frustreren door klungelig en inaccuraat richten. Het heerlijke rondrijden en de absurde aanpassingsmogelijkheden maken weliswaar flink wat goed. Saints Row gaat niet de geschiedenisboeken in als heilige, maar een ‘zaligverklaring’ kan er nog net vanaf.

De Saints Row review vond plaats op de Xbox Series X.

Ontdek hoe we te werk gaan met onze reviews door ons reviewbeleid te lezen.

Over de auteur

Carl Vander Maelen avatar

Carl Vander Maelen

Muggenzifter

Gepassioneerde gitarist die games zoveel als mogelijk in zijn doctoraat in het Recht probeert te betrekken.

Reacties