Battlefield: Bad Company 2

In goed gezelschap.

Geteste versie Xbox 360

Als er mannen in commandopakken van het dak van de Media Markt abseilen ter ere van een game, zijn er overduidelijk enkele tientallen miljoenen euro’s in de marketing gestopt. Het gaat hier om de overdreven bombastische release van Modern Warfare 2 enkele maanden geleden. Die storm is gelukkig gaan liggen, en de eerste serieuze uitdager biedt zich aan. Battlefield: Bad Company 2 heeft een stuk minder last gehad van torenhoge verwachtingspatronen, en weet zowel teleur te stellen als te imponeren.

Hoewel een game te allen tijde op zijn eigen merites beoordeeld dient te worden, is er geen ontkomen aan de vergelijking met Modern Warfare 2. Hoewel er vele verschillen tussen de games zijn (hierover later meer), heeft Infinity Wards paradepaardje een dermate belangrijke plaats ingenomen in mainstream en hardcore gamecultuur, dat het ontwijken van een vergelijking krampachtiger is dan het benoemen van enkele verschillen en overeenkomsten. Dit heeft geen invloed op het eindcijfer, maar is simpelweg van belang voor de beeldvorming. Of je het wilt of niet, Modern Warfare 2 biedt namelijk een door velen gedeeld referentiekader als het gaat om Triple A militaire shooters.

Gameplaybeelden van Bad Company 2.

Goed, dat is achter de rug. Dan nu een waarschuwing. Wie van plan is Bad Company 2 voor de singleplayer te kopen (wie o wie?) zal bedrogen uitkomen. Vergeleken met zijn voorganger is er het nodige verbeterd, maar nog steeds viert middelmatigheid hoogtij. Hoewel je van het verhaal in actievolle, Hollywood-achtige shooters niet veel mag verwachten, is de loop der gebeurtenissen te cliché voor woorden. Een superwapen (inclusief oerwoudgeluiden voor de lancering), gedeeltelijk verzwegen door de Amerikaanse overheid, dreigt in de handen te vallen van een kale Rus. Een Rus? Ja, inderdaad, die verdomde Russen met hun foute Engelse accenten en onstilbare dorst naar wereldheerschappij ook altijd. Om met Carice van Houten te spreken: houdt het dan nooit op?!

Alsof dat nog niet genoeg is, dien jij als heldhaftige Amerikaanse viermanseenheid dit op handen zijnde drama te voorkomen. Je teamgenoten zijn onoriginele typetjes; een stoere neger, een licht sullige technologie-expert en een overdreven Amerikaanse hilbilly. Toch staan ze bij tijd en wijle garant voor de nodige onderbroekenlol, mede door puike stemacteurs. Als de Amerikaanse redneck op het punt staat om op te geven, wordt hij bijvoorbeeld overgehaald door het idee van een toekomst zonder cheerleaders en steaks. Voorspelbaar, maar stiekem gniffel je wel in je vuistje, net zoals bij de uitspattingen van een pacifistische hippiepiloot en de komische grapjes richting die andere shooter, met zijn ‘pussy-ass heartbeat sensors’.

3

Problematischer is de rommelige, soms onduidelijke opbouw van het verhaal. Je vliegt van hot naar her, waarbij cohesie vaak ontbreekt. Ook tijdens de missies wordt de actie te vaak onderbroken. Zonde, want dankzij de verwoestbare omgevingen is het constant nadenken geblazen en ben je achter muurtjes en blokken niet veilig meer. Het is heerlijk om een verscholen vijand met een welgeplaatste raket te bedelven onder noodlottig puin.

Toch ontbreekt het de singpleplayer aan een aangrijpende spanningsboog. Natuurlijk, het ziet er aardig uit (vooral de overdadige heuvelruggen aan de horizon) en het speelt lekker weg, maar wij zaten nooit met het zweet in de bilnaad. Kleine irritaties worden zo duidelijker. Zo is het bijzonder frustrerend als je van een afstand met je sniper constateert dat er geen vijanden zijn, om na enkele meters een onzichtbare grens over te lopen, waardoor er plots tientallen vijanden verschijnen in torens en gebouwen. Bovendien bereik je het einde al na een uur of zes, zeven en is er weinig reden om het nog een keer te doen.

Reacties (5)

Sorry! De reacties op dit artikel zijn gesloten.